2.2.3. Beslaan van de mout (maïshen of machen)

We zijn waar we moeten zijn : de gekiemde en gedroogde gerst  – de gemoute gerst – zit vol zetmeel en enzymen. De basisproducten voor het maken van alcohol zijn aanwezig. Door het gerst te malen en te  mashen onttrekken we het de enzymen en het zetmeel aan de korrel. De gedroogde gerst wordt gemalen en gezeefd, en wel op zo’n wijze dat het maximum aan zetmeel en enzymen opgevangen wordt. Te grof malen zorgt voor te veel schil (‘husk’) in het beslag, te veel fijne bloem (‘flour’) betekent een verlies aan zetmeel.

ideaal wort de mout als volgt gemalen : 10% schil (husk), 80% maalkoren (grist), 10% meel (flour)

ideaal wordt de mout als volgt gemalen : 10% schil (husk), 80% maalkoren (grist), 10% meel (flour)

Vervolgens wordt dit ‘meel’ met heet water gespoeld, zodat enzymen en zetmeel oplossen en hun werk doen : de enzymen breken het zetmeel af tot fermenteerbare suikers.

In Schotse distilleerderijen gebeurt dit proces, die men het maïshen of mashen noemt drie keer. Dit in tegenstelling tot veel brouwerijen, waar één of twee spoelingen volstaan. Ook in tegenstelling tot de meeste brouwerijen, wordt de spoeling of draft niet meegenomen in de gistton. In de whisky industrie gaat men de spoeling filteren voor het in de gistton of mashtun overpompt.

Dieper graven :

Productieproces

Gerst en graan (grondstoffen)MoutenBeslaan van moutFermentatieDistillatieRijpen

laatst bijgewerkt : 18/03/2014

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s