2.2.5.4. Lomond Still

In verschillende traditionele distilleerderijen werd halfweg 20e eeuw een Lomond still aan distilleerlijn toegevoegd om zo een breder smaakprofiel te bereiken. de Lomond Still heeft in de hals een aantal verstelbare platen die de reflux van de alcoholdampen regelt. Een andere reflux kan leiden tot een andere ‘spirit’ en dus ander karakter voor een whisky. Deze ‘moderne’ expressies kregen vaak een andere naam. Een bekend voorbeeld is Mosstowie. Dit was het distillaat van de Miltonduff distilleerderij waarbij de spirit still een Lomond still was. Andere voorbeelden zijn Glencraig  uit de Glenburgie distilleerderij, en Lomond in de Inverleven (Dumbarton) distilleerderij. Ook de Scapa distilleerderij op Orkney heeft een Lomond still. Motor voor deze verandering was de Canadese producent Hiram Walker die (te) weinig Schotse distilleerderijen bezat om aan haar brede aanbod Schotse blended whisky’s samen te stellen. Inmiddels zijn de meeste Lomond-ketels weer verdwenen.

uglybettygin

 

[UITGEBREID]

In de jaren ’50 werd het Canadeese bedrijf Hiram Walker, dat een aantal Schotse distilleerderijen had opgekocht, uitgedaagd door de groeiende markt voor blended whisky. Om hun blends, waaronder Ballantines, samen te stellen zochten ze een breder spectrum whisky’s. Zelf bezaten ze in Schotland een 6-tal distilleerderijen – zeg maar 6 smaken. Voor andere smaken waren ze aangewezen op de aankoop van whisky uit distilleerderijen buiten het concern. Hiram Walker wilde zijn afhankelijkheid van anderen inperken. Het concern zocht naar een technische innovatie van de distilleerketels om meer variatie in hun eigen whisky te krijgen. Het bedrijf zette een ingenieur, Alistair Cunningham, en een architect, Arthur Warren, op het project. Zij kwamen in 1955 met het eerste ontwerp van een Lomond still.

In plaats van de ‘klassieke’ zwanenhals op de ketel, kwam een vertikale, brede pijp op de distilleerketel. Binnen deze pijp werden drie verstelbare platen gemonteerd, ‘rectifier plates’. Deze platen konden afzonderlijk gekoeld worden. Door de stand en de temperatuur van de afzonderlijke platen te regelen, beheerste men beter de reflux van de spirit. Ook de hoogte en de buiging van de ketelarm, de lyne arm, kon aangepast worden. Met een ander koeling en andere stand van de platen en hals, kreeg men telkens een andere karakter van whisky.

Onder Margaret Nicol werd in 1956 de eerste Lomond still in gebruik genomen in de Glenburgie distilleerderij. Nicol was de eerste vrouwelijke distillery manager in Schotland. Zij leidde in 1936 al de overname van de Glenburgie distilleerderij door Hiram Walker, en speelde een beslissende rol bij de invoering van de Lomond Still in diezelfde distilleerderij. De eerste Lomond still was een proefontwerp, die later naar de Scapa distilleerderij op Orkney verhuisde. In 1958 werden twee volwaardige Lomond stills in Glenburgie geïnstalleerd. De whisky door deze distilleerketels geproduceerd werd Glencaig genoemd, naar Willie Craig, de productie manager van de distilleerderij. Volgens (ex-)Malt Maniac Johannes Vandeheuvel de enige whisky die naar een persoon werd vernoemd.

Ook de andere distilleerderijen van Hiram Walker kregen daarna een paar Lomond stills. Zo kreeg de Dumbarton distilleerderij, waar verschillende types whisky geproduceerd werden, twee Lomond stills. Binnen het Dulmbarton complex werd een grain spirit Dumbarton gedistilleerd, maar ook een malt spirit, Inverleven. De spirit uit de Lomond stills werd simpelweg Lomond genoemd. In 1964 kreeg de Miltonduff distilleerderij een paar Lomond stills. Deze spirit werd Mosstowie genoemd.

In 1981 werd de productie van Mosstowie en Glencraig gestaakt. Eén van de redenen daarvoor was het falen van de Lomond still : de verstelbare platen kwamen vast te zitten door aangekoekte distilleerresten die zich op de scharnieren vastzetten. Het ontwerp van de ketels liet geen makkelijke reiniging binnenin toe. De Glencraig stills werden verwijderd, van de Mosstowie ketels werd de Lomond hals verwijderd. Zij kregen een klassieke pot still hals. De Lomond stills in de Inverleven/Dumbarton distilleerderij werd in 1985 uit productie gehaald. Deze ketels werden rond 2000 door Jim McEwan van de Bruichladdich distilleerderij gekocht. Bruichladdich wou deze ketels gebruiken in een nieuwe distilleerderij – mogelijks het plan om de Port Charlotte distilleerderij te heropenen. Thans wordt één Lomond still in de Bruichladdich distilleerderij gebruikt om hun gin ‘The Botanist’ te produceren. .

De enige plek waar op dit moment nog een Lomond still actief is, is de Scapa distilleerderij op Orkney. De wash still is er een Lomond still, hoewel eerlijkheidshalve moet toegevoegd worden dat de rectifier plates verwijderd zijn en men een purifier heeft aangemonteerd. Volgens Scapa werd de Lomond still er geïnstalleerd tijdens de verbouwingen in 1959. In 1971 werd ze aangepast naar de huidige staat. De Lomond still bij Scapa werd als wash still gebruikt, terwijl in de andere distilleerderijen waar ze werd geïnstalleerd de plaats van de spirit still innam.

Lang leefde de overtuiging dat Lomond stills een meer olieachtige spirit produceerden. In de eerste plaats werden de Lomond Stills ontworpen om een bredere variaties aan whisky’s te produceren, zodat men een stabielere voorraad (en smaakstabiliteit) kon verzekeren die nodig was om blended whisky te maken zonder afhankelijk te zijn van een groot aantal disilleerderijen. Ze werden niet ontworpen om olieachtige whisky te produceren. Bovendien lijkt het onhaalbaar om de vergelijking te maken tussen een pot still  distillaat en een Lomond distillaat. Immers alle andere variabelen (soort gerst, gist, fermentatieduur, soorten vaten, duur van rijping op vat, …) moeten geneutraliseerd worden om een objectieve vergelijking mogelijk te maken. Tegenwoordig neemt men meer aan dat dit een vooroordeel was.

De Lomond Still uit de Inverleven distilleerderij werd door de Bruichladdich Distilling Compagny aangekocht. De bedoeling was om deze still te installeren in de Port Charlot distilleerderij, een zusterstokerij in oprichting. Maar de berichten over de vorderingen of heropening van Port Charlotte liggen in de koelkast … De Port Charlotte whisky, het meer geturfde broertje van bruichladdich, wordt tegenwoordig nog in de Bruichladdich distilleerderij zelf gestookt.

Laatst bijgewerkt : 16/01/2016

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s