Bowmore : Surf VS 12y (~1995) VS 12y (~2008) VS Bowmore 1989 (James McArthur)

De Aberlour-avond was een groot succes, en vroeg om herhaling. Met mijn whiskybroeder doken we de kast in, en zetten we de collectie Bowmore op tafel. Verder dan wat ouwe standaardbottelingen en een herinnering aan de Islay trip kwamen we niet. Maar de twee flessen Bowmore 12 die op tafel kwamen deden onze hartjes in onze keel kloppen : zouden we het smaakverschil opmerken ?

Bowmore Surf 43% (literfles) – botteling van midden jaren ‘9O

Deze was de eerste fles die ik ooit kocht. Ik moet een jaar of 20 geweest zijn, en had net een mooi Schotland avontuur achter de rug : een trektocht van Glasgow naar Fort William, en daarna nog langs Loch Ness tot Inverness verder gereisd. Op de boot naar huis deze Bowmore Surf als reisaandenken gekocht – meer om de prachtig versierde fles dan om de merknaam. Wat whisky betrof was ik toen nog een leek. Op de kartonnen buis staat een stempel ‘Distillery of the year 1995’. De emotionele waarde van deze fles uit zich in de spaarzame manier waarmee ik ‘m drink.

KLEUR : Goud.

GEUR : Wat een complexiteit, wat een ontwikkeling. Zoet en turf in symbiose, wat bloemig. Zacht en rond. Turf zwelt een. Flink rokerig, als een uitgedoofd houtvuur. Onder de turf fruitige toetsen. Ik twijfel. Sinaasappelschil? Wat stoffig. Bloemige accenten maken de rook wierrookachtig.

Na een tijd worden de bloemige accenten sterker : rozenwater, kruidenlikeur (elexir d’Anvers?]. Daarna weer fruitiger, met vooral veel sinas. Wanneer ik op het eind mijn neus nog eens langs de glazen laat gaan, lijkt het alsof iemand aftershave in mijn gezicht sproeit. Nog later komt vooral de associatie met zeep en lavendel.

SMAAK : Turf. Prikkelend. Rokerig. Medicinale fenolen, als lavendelzeep. Wat drop of anijs, merkt mijn whiskybroeder op. Heerlijk.

FINISH : Lang. Rokerig.

Bowmore 12 year 43% (literfles)

Deze fles moet omstreeks dezelfde tijd gebotteld zijn als bovenstaande. Op de koker staat dezelfde ‘Distillery of the year 1995’ stempel.

Bowmore 12 (1995)

‘1995’ stempel op de Bowmore 12

KLEUR : Donker goud

GEUR : Zachter. Evenwichtiger. Minder ‘springerig’ dan de Surf. Ingetogen neus zelfs, met nauwelijks turf en meer sinaasappelschil. Water maakt de neus nauwelijks los. Papier? Karton? Later breekt de sinas-fruitigheid meer open.

SMAAK : Erg rokerig, met ingetogen turf. Karamelzoet. Zeer evenwichtig, maar scherpe randjes. Statig haast. En ja, wat zepig. Hazelnoot. Na een tijd wordt de zeep nadrukkelijker.

FINISH : Medium tot lang.

Bowmore 12 year 4O% – nieuwe botteling +/- 2OO8

KLEUR : Net iets donkerder

GEUR : Open neus. Zoet. Medicinale fenolen : mottenballen en latexverf. Pas geschilderde houten ramen. Ingetogen rokerigheid. Doet me denken aan het handschoenkastje in de auto bij warm weer. Een autotoonzaal. Na een tijd komt er wat sinaasappelschil door.

SMAAK : Flauwe smaak. Minder alcohol ? Uitgekauwde sjiek, plakkerig. Meer karamel dan voorgaande. Zoeter. Wat sinas. Kunstmatig. Waar blijft de turf, of is onze smaak reeds verzadigd? Wat menthol.

FINISH : Nauwelijks. Na een tijd komt wat turf en vooral rook opzetten.

Bowmore 1989-2OO3 James Mc Arthur Old Masters 57,3%

KLEUR : zeer licht.

GEUR : Scherp en prikkelend. Wat muffig. Gistende fruitresten (doet wat aan Select reserve van Glenrothes denken]. Medicinale nadrukkelijker dan de rook. Maar zeer fris : citroengras, vers geraspte gember met appelsap. Ook het peperige van gember. Turf zet aan.

SMAAK : Brandend. Zoet-zepig. Met water komen smeulende houttoetsen boven. Cashewnootjes. Aanzwellende rokerigheid.

FINISH : Lang. Rook en turf.

CONCLUSIE

1: Wat een fantastische fles was die Bowmore Surf toch, ondanks zijn onstuimigheid.

2: De nieuwe 12 year kreeg duidelijk een betere neus mee. Helaas ging de smaak er bij verloren. Bovendien werd ze een stuk zoeter, en dus minder weerbarstig en minder complex.

De Bowmore-collectie

Vier (standaard) expressies van Bowmore

AFTERMATCH (I)

Thuisgekomen meen ik in de vestiaire duidelijk de geur op te vangen die ik met mottenballen associeerde. Het blijkt de nieuwe leren jas van mijn vrouw te zijn. Dát is dus leder.

AFTERMATCH (II)

Tussen de Bowmore-avond en deze publicatie had ik de kans om de 2010-versie van de Bowmore 12 te proeven. Met bovenstaande bottelingen nog vers in het hoofd werd het een aangename verrassing :

GEUR : Inderdaad de lederachtige (“mottenballen”), medicenale, rokerige turf, vermengd met zoete, fruitige toetsen. Heel herkenbaar. De details kloppen, tot en met de opkomende sinaasappelsmaak.

SMAAK : Wow ! Hier had ik mij niet aan verwacht !Geen uitgekauwde sjiek deze keer, maar een prachtige zoete sherry vooraan (Olorosso?). Amandel, walnoot, framboos. En dan komt de heerlijke zilte turf aanzetten – als het doek van een theater dat opgaat. Flink medicinaal en vooral rokerig. Je kleren na een avond over het barbecuestel gebogen te hebben – zo smaakt het.

FINISH : Rokerigheid en zachte, gezoete turf zwellen verder aan. Zeer lang. Heerlijk.

BALANS : Is er werkelijk zo’n groot verschil tussen beide recente bottelingen? In deze nieuwste versie zijn neus en smaak aan elkaar gewaagd. Bij de 2008-versie ontbrak elke smaak. Of waren onze papillen toen al te verzadigd door de andere Bowmore’s? Jeroen (The Bonding Dram) stipte deze nieuwste botteling aan als de beste sinds jaren. We zoeken het verder uit …

Bowmore Surf (1995)

Bij het openen van de Bowmore Surf – de eerste fles uit mijn collectie – brak de stop af. Hopelijk kan dit geen kwaad?

Dit bericht werd geplaatst in Bowmore, James Mc Arthur, Notes, Whiskybattle en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s